Van Nederland tot Suriname
Ronald verrichtte onder meer boringen in Engeland, Schotland, Frankrijk, Duitsland Italië, Hongarije, Cyprus, Marokko en Suriname. ‘In Suriname werkten we zeven weken lang midden in de jungle. Met een luchtvochtigheid van 95 procent. Je zweette al op het moment dat je je hotelkamer verliet. Als boorder kom je dus overal. ‘Je moet geen heimwee hebben. Maar door onze lange dagen is er weinig tijd voor gemis. En natuurlijk bel je ’s avonds naar huis. Voorheen was ik vaak drie weken weg en één week thuis. Nu werk ik alleen nog in Nederland en België en ben ik de weekenden thuis.’ Doordeweeks verblijft Ronald met zijn collega’s in een hotel. ‘Da’s luxe, maar je maakt daarnaast lange dagen in de buitenlucht. Voor dit werk moet je dan ook sterk en fit zijn. Daarom train ik in de weekenden thuis vaak met gewichten en een loopband.’
Bijzonder aan zijn ploeg zijn de persoonlijk bedrukte veiligheidshelmen, waaraan collega’s elkaar gemakkelijk herkennen op de bouwplaats. Op die van Ronald prijkt het wapen en netnummer (010) van zijn geliefde stad. ‘Eén van mijn collega’s herken ik bijvoorbeeld aan zijn Formule 1-logo.’ Of Ronald jonge jongens een carrière als boorder aanraadt? ‘Zeker. Het is hard werken, maar ook avontuurlijk en gezellig. Zie je dat zitten? Dan leren wij jou alle kneepjes van het vak!’
